Welke soorten oogafwijkingen zijn er?

Er zijn twee verschillende type oogafwijkingen

  1. Oogafwijkingen die te verhelpen zijn met een bril/contactlenzen. In dit geval spreken we van een refractieafwijking .
  2. Oogafwijkingen die niet te verhelpen zijn met een bril/contactlenzen. Dan spreken we over een medische afwijking of ziekte.

Refractieafwijking

We kunnen scherp zien als de lichtstralen van buitenaf door de pupil heen gaan en precies samenvallen met het netvlies (de achterkant van het oog). Het brekend vermogen van het hoornvlies en van de ooglens moeten in verhouding staan met de lengte van het oog. Als dit niet het geval is, zien we een wazige afbeelding. Er zijn verschillende typen afwijkingen onder ander myopie (bijziendheid), hypermetropie (verziendheid) en presbyopie (ouderdomsverziendheid). Deze afwijkingen zijn meestal eenvoudig op te lossen met een bril of contactlenzen

Cataract (staar)

Cataract-staarVoor in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naar­mate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen die we zien waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt ‘staar’ of ‘cataract’ genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken. Maar niet iedereen heeft hier daadwerkelijk last van, want dat hangt af van de plek in de ooglens waar de troebeling zit. Wanneer de troebeling in het midden zit, zult u eerder klachten ervaren van wazig zien, dubbel zien, u ziet de kleuren doffer en/of heeft u last van het licht/schitteringen.

Ouderdomsstaar is goed te behandelen met een staaroperatie.

Glaucoom (oogdruk)

GlaucomadrukGlaucoom is een aandoening aan de zenuw van het oog. De beelden van wat u ziet wordt in het oog opgevangen door het netvlies en via de oogzenuw naar de hersenen gestuurd. Glaucoom is een chronische ziekte waarbij schade ontstaat aan de zenuwvezels en de oogzenuw. Deze schade kan leiden tot uitval van het gezichtsveld. Een belangrijke risicofactor is een hoge oogboldruk. Vandaar dat men in de volksmond ook vaak spreekt van “verhoogde oogdruk”.

In het beginstadium van glaucoom worden geen klachten ervaren, vandaar dat vroege herkenning/opsporing van glaucoom erg belangrijk is. Wereldwijd is glaucoom één van de belangrijkste oorzaken van slechtziendheid. Glaucoom kan leiden tot blindheid.

Keratoconjunctivitis sicca (droge ogen)

Bij droge ogen maakt het oog te weinig traanvocht of traanvocht van slechte kwaliteit aan. Hierdoor kunt u klachten ervaren als geïrriteerde ogen, een branderig gevoel, wazig zien, het gevoel hebben dat er een stofje in de ogen zit. Deze klachten kunnen weer leiden tot teveel tranen van slechte kwaliteit, waardoor het oog kwetsbaar is voor uitdroging.

Diabetische retinopathie (oogproblemen bij suikerziekte)

Er zijn verschillende problemen die bij suikerziekte kunnen ontstaan. Zo kan er door instabiele suikerwaarden een wisselend zicht ontstaan. Het zicht kan dan de ene dag goed zijn en de volgende dag waziger. Ook kunnen er veranderingen in de haarvaatjes van het netvlies ontstaan. De bloedvaten in het oog kunnen dan bloed of vocht gaan lekken. Wanneer dit gebeurt en in een vergevorderd stadium is, kan men slechtziend of zelfs blind worden.

Maculadegeneratie (ouderdomsslijtage aan het netvlies)

Op het netvlies bevindt zich in het centrale deel de macula, ook wel de ‘gele vlek’ genoemd. De macula is het gebied waar we het scherpst mee zien. Degeneratie wil zeggen dat de normale functie aangetast wordt. Bij maculadegeneratie wordt het scherpe zien dus aangetast. De meest voorkomende vorm is leeftijdsgebonden- of ook wel ouderdomsmaculadegeneratie. Bij maculadegeneratie spelen er meerdere factoren een rol zoals leeftijd, erfelijkheid en omgevingsfactoren. De eerste symptomen zijn vaak waziger zien en of vervorming van het beeld.

Ablatio retinae (netvliesloslating)

netvliesloslatingDit is een ernstige aandoening waarbij de diepere lagen van het netvlies loslaten. Klachten zijn plotseling minder zicht, plotseling flitsen en/of vlekken, of uitval van het gezichtsveld. Zolang het centrale deel niet loslaat, zal de gezichtsscherpte niet of minimaal aangetast worden. Bij deze klachten moet er direct contact op worden genomen met de optometrist of huisarts.

Als het centrale deel niet aangetast is en er tijdig behandeling plaatsvindt, hoeft dit geen gevolgen te hebben wat betreft de gezichtsscherpte. Als het centrale deel wel aangetast is en er vindt een vroegtijdige behandeling plaats, kan de gezichtsscherpte nog positief veranderen. Wanneer er late behandeling of geen behandeling plaatsvindt, kan dit leiden tot slechtziendheid of blindheid.